Avonturen van een biograaf IV

 George Hendrik Breitner, Twee vrouwen op de Dam, Amsterdam, 1901–1908
George Hendrik Breitner, Twee vrouwen op de Dam, Amsterdam, 1901–1908

Stadsarchief Amsterdam

Ik zit hier bijna elke dag en lees brieven. Brieven van de jonge Martha van Vloten aan Geertruida, haar beste vriendin. Het zijn kantjes vol kriebelige zinnen, die zich vaak moeilijk laten ontcijferen, maar het is geweldig materiaal voor mijn boek: een correspondentie tussen twee negentiende-eeuwse hartsvriendinnen, twintig jaar oud, die van dezelfde dingen houden: lezen, lange wandelingen maken, in hun dagboek schrijven en de wereld om zich heen observeren. Beide slim, nieuwsgierig en verknocht aan hun vrijheid, vastbesloten om te blijven leren, zich te blijven ontwikkelen. Martha schrijft op 31 juli 1876 aan Geertruida, over haar kamer, waar ze de deur op slot doet en tevreden om zich heen kijkt alvorens ze in haar boeken gaat lezen: 'Het is zoo prettig om iets te hebben wat zoo helemaal van jezelf is, en waar niemand eenigen invloed op heeft.’

Een halve eeuw voor A room of one's own.

 

--

 

Terug in mijn eigen kamer. Het is niet makkelijk om te schrijven over een boek dat in de maak is, een onderzoek dat loopt. Ik lees, ik ontdek, ik schraap gegevens bij elkaar, ik schrijf de eerste, ruwe zinnen, hoopvolle passages waarvan nog maar moet blijken of ze toekomstbestendig zijn, en vervolgens lees en ontdek ik andere dingen, die al het voorgaande in een ander daglicht kunnen stellen, en almaar blijft het verhaal van dit ene leven zich langzaam, met horten en stoten, maar onophoudelijk vormen in mijn hoofd. Er is twijfel, wikken, wegen, over de specifieke invulling van de lege bladzijden, maar nooit denk ik dat dit verhaal geen bestaansrecht heeft, sterker nog, ik raak hoe langer hoe meer overtuigd van de waarde ervan. En tegelijkertijd verbaas ik me, over mezelf en dit verbeten voortwerken, dit opdreggen van verzonken geschiedenis, zonder een spoor van twijfel. Niet dat ik het niet kan uitleggen - waarom ik het doe - vraag het me, en ik zal het je uitleggen, iedere keer op een andere manier. Maar tegelijkertijd zie ik mezelf elke dag weer dat archief in en uit lopen, met kleine of grote voldoening, soms gelukkig, en ik verbaas me, op een prettige manier, een beetje zoals een ouder zich moet verbazen over de opmerkelijke hobby van zijn of haar kind. Dus dit vind jij leuk? En belangrijk? Ja. Dit is het. Dit is het en ik doe het gewoon.