Camera

Ik had bijna een jaar niets gefotografeerd. Mijn geliefde analoge camera was stuk gegaan. Een gemakkelijk te verhelpen defect, maar ik nam niet de moeite om hem te laten maken. Eerst was ik te druk, en daarna, door al dat keiharde werken, te moe. Drukte en vermoeidheid – typische oorzaken van het niet meer zien, laat staan vastleggen van de mooie dingen om je heen.

 

Omdat ik fysiek en mentaal nogal uitgeput was, moest ik rust houden. R. U. S. T. Ik ben nu een groot fan van rust – je kunt heerlijk om je heen kijken, in je huis rommelen, hier en daar een boek lezen en je gedachten een beetje laten voortkabbelen – maar het kostte lange tijd voordat ik dat geleerd had.

 

Toen de vermoeidheid langzamerhand minder werd liet ik de camera achter in de veilige handen van mijn zusje, fotografe, die hem liet repareren. De lens werd vervangen, de body schoongemaakt. Op mijn verjaardag gaf ze hem aan me terug, in cadeauverpakking, met een nieuwe beschermhoes erbij.

 

Toch moest ik de moed verzamelen hem weer ter hand te nemen. Hoewel het nu beter ging, had de uitputting me flink uit het veld geslagen. Ik was op mijn slechtste momenten allerlei eigenschappen kwijtgeraakt die onherroepelijk met mijn camera verbonden waren – optimisme, spontaniteit, moed, reislust – en ik werd nog regelmatig in beslag genomen door de irrationele angst nooit meer mijn oude veerkracht terug te krijgen.

 

Afgelopen weekend nam ik hem voor het eerst weer mee, mijn camera, op een simpel lang weekend met mijn lief in de Achterhoek, waar we een huisje op het erf van een boerderij midden in de natuur hadden gehuurd. Het was heerlijk nazomerweer, we waren in opperbeste stemming en er was prachtig licht: warme middagzon, gouden avondlicht en zilvergrijze ochtendmist. Ik maakte foto’s van de velden, de bossen, het water, mijn vriend en onze Fiat Panda. Ik schoot portretten van de stokoude dahliakweker die we bij toeval ontmoetten op zijn wilde bloemenveld en de markante wijnmaker tussen de krullende wijnranken met volrijpe druiventrossen. En ik maakte met de zelfontspanner een foto van ons twee zoenend op een hek in de weilanden, ik in mijn oversized oranje wollen trui en hij in zijn karmozijnrode denimjas, kleuren die fantastisch zouden contrasteren met al het frisse groen om ons heen, een foto die ik zou koesteren en misschien wel in ons nieuwe huis zou ophangen.

 

Toen ik thuiskwam ging ik meteen aan de slag met het zoeken van een goede fotostudio voor het ontwikkelen en afdrukken van de foto’s. Ik maakte het rolletje vol – ik had nog precies één foto over – met de gebruikelijke foto van mijn kat. En nog een foto van mijn kat. En nog een van de tuin. En nog een van het huis.

 

Hier klopte iets niet. Het rolletje raakte maar niet vol. Even later staarde ik in mijn opengeklikte camera. Niets. Er zat helemaal geen rolletje in.

 

Fuck! Verbijsterd staarde ik in het lege toestel. Ik dacht terug aan het weekend. Niets. Elke keer als ik dacht dat ik een foto maakte, deed ik in werkelijkheid niets. Ja, ik keek door een lens en drukte op een knopje. Maar het mechaniekje van mijn camera liet het beeld gewoon vervliegen, in plaats van het te vangen op microfilm.

 

Shit klote, vloekte ik, wat eeuwig zonde, wat ongelofelijk dom van mezelf!

 

Met terugwerkende kracht had ik me nu eigenlijk heel vreemd gedragen dit weekend. Ik zag mezelf steeds heel omzichtig mijn camera positioneren en in het niets klikken, hulpeloos in het licht van de vergankelijkheid van alles wat ik dacht vast te kunnen houden.

 

Een sterk gevoel van verlies bekroop me. Gek eigenlijk – wat was ik dan verloren? Niet het leuke weekend, niet het mooie licht of de avonturen – die had ik immers nog steeds, in mijn herinnering.

 

En toch – de herinnering is feilbaar, helemaal zonder foto’s. Een foto is als een routewijzer voor je geheugen; het beeld roept niet alleen de herinnering van dat moment in je op, maar stuurt je vaak ook weer andere richtingen op, naar wat daarvoor kwam en daarna. Nu was ik mijn routewijzers kwijt en op de grilligheid van mijn geheugen aangewezen. Spoedig zouden bepaalde beelden vervagen, de volgorde zou in de war raken, andere dingen zouden bovendrijven, en over dat alles had ik nauwelijks controle.

 

Zoals altijd eigenlijk.

 

En wie zegt dat foto’s betrouwbare routewijzers zijn?

 

Zo bezien was mijn geklik ook niet helemaal nutteloos (ja ik moet hier toch iets goeds uit halen verdomme!). Niet nutteloos want ik heb plezier gehad, ik heb om me heen gekeken en mooie dingen gezien, écht gezien. En dat is van alles toch het belangrijkste. Zelf zien, reizen, durven, kijken.

 

Maar volgende keer ff een rolletje in je camera doen!!!

Ik bij het huisje (een van de weinige digitale foto's), rechts op het bankje mijn camera
Ik bij het huisje (een van de weinige digitale foto's), rechts op het bankje mijn camera