Déluge

Barthélémy Toguo, onderdeel van 'Déluge', Carré Sainte Anne, Montpellier augustus 2016
Barthélémy Toguo, onderdeel van 'Déluge', Carré Sainte Anne, Montpellier augustus 2016

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

Aan het begin van de hete middag in Montpellier bezocht ik de tentoonstelling van de Finse fotografe Elina Brotherus. De titel van de tentoonstelling was 'Carpe Fucking Diem'. Briljant, dacht ik. Zelfspot, tegendraadsheid, maatschappijkritiek, stoere vrouwen - alles wat ik leuk vind. 

 

Maar het viel tegen. De foto's, veelal zelfportretten, maakten me moedeloos. De fotografe in de sneeuw, de fotografe zwemt in een meer, de fotografe ligt op bed, de fotografe huilt vanwege liefdesverdriet. Daar stond ze, als een vrouwelijke Casper David Friedrich op een berg, en uit haar werk sprak dezelfde 19e-eeuwse obsessie voor het 'zelf' van de kunstenaar. What's new? Er was geen humor, geen knipoog, geen commentaar op de hedendaagse selfiecultuur, het was niets meer en niets minder dan een voortzetting van de aloude artistieke navelstaarderij. Saai. Teleurgesteld stapte ik terug de zon in.

 

Even later ging ik een andere expositieruimte binnen: de Carré Sainte Anne, een neogotische kerk. In de kerk was alles anders. Rijen vurenhouten doodskisten strekten zich uit in het schip. Hoog aan de pilaren hingen plastic emmers in rood, geel, blauw en groen gevuld met plantjes. En aan de muren kunstwerken zo kraakhelder en rauw, het leken net gigantische lichtbakken met tekeningen van de duivel zelf. ‘Déluge’, was de titel van de tentoonstelling, ‘Zondvloed’.

 

Hier was de Kameroense kunstenaar Barthélémy Toguo aan het werk. De waterverfbeelden haakten zich vast in mijn netvlies. Ze spraken van rampen, geweld, pijn, wanhoop en verdoemenis. Ze vulden de kerk met actuele oerbeelden. Mannen met AK-47s, het aangespoelde jongetje Alan, vrouwen in boerka, mensen in te kleine bootjes, schedels, grijpende handen, slangen, angstige olifanten en een miniheksje - ze leken allemaal deel uit te maken van hetzelfde verhaal, tegelijk 21e-eeuws en oudtestamentisch.

 

Terwijl ik als betoverd in het rond keek, vroeg ik me af: waarom toch die vrolijk gekleurde plastic emmertjes met planten hoog aan de pilaren? Wat heeft dat toe te voegen aan de sfeer van dood en rampspoed?

 

Dat was natuurlijk precies de bedoeling van Toguo, dat ik mijn hoofd zou breken op die emmertjes. En toen ik het begreep, was het kunstwerk nog mooier. Ook uit de dood groeit leven, als planten op een graf. De menselijke vitaliteit is onverwoestbaar, net als ons verlangen naar een beter leven. Carpe fucking Diem, voor het te laat is.

 

Een filmpje over Déluge.